Boek
Nederlands

De duivel en de duistere diepte

Stuart Turton (auteur), Erica Feberwee (vertaler)
Op een Oost-Indiëvaarder, die in 1634 van Batavia onderweg is naar Amsterdam, vinden gruwelijke gebeurtenissen plaats.
Onderwerp
Oceaanreizen
Titel
De duivel en de duistere diepte
Auteur
Stuart Turton
Vertaler
Erica Feberwee
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Engels
Oorspr. titel
The devil and the dark water
Uitgever
Vianen: The House of Books, 2021
541 p.
ISBN
9789044362169 (paperback)

Besprekingen

Duivel, mag ik overvaren?

Wie heeft Ouwe Tom – de duivel – aan boord gehaald? Donkere wolken pakken zich samen boven de Saerdam, nog voor hij de lange reis van Batavia naar Amsterdam aanvat.

Batavia, 1634. De Saerdam, een schip van de Verenigd Oost-Indische Compagnie (VOC), is klaar om naar Amsterdam te varen, een tocht van acht maanden. Maar dan verschijnt op de kade een leproos: ‘De vracht van de Saerdam is zondig’, waarschuwt hij. ‘Al wie aan boord gaan, zullen genadeloos ten val worden gebracht.’ Voor iemand hem over die voorspelling aan de tand kan voelen, vat de man vuur en sterft hij een gruwelijke dood. Slechts twee mensen schieten hem nog te hulp: Arent Hayes, oud-huurling en lijfwacht van detective Samuel Pipps, die als gevangene op de Saerdam wordt meegevoerd en in Amsterdam zal worden geëxecuteerd, en Sara Wessel, vrouw van de gouverneur-generaal, de machtigste man in Batavia.

Er is ook duidelijk iets mis met het schip. De Saerdam herbergt niet alleen een geheimzinnige, zwaarbewaakte lading, op het zeil heeft iemand een teken aangebracht dat naar de mythe van Ouwe Tom verwijst, oftewel: de duivel. Die kun je oproepen maar…Lees verder

De roman speelt zich vrijwel uitsluitend af op de Saerdam, een Oost-Indiëvaarder die in 1634 van Batavia op weg is naar Amsterdam. Onderweg vinden er bizarre gebeurtenissen plaats die toegeschreven worden aan een melaatse man, van wie iedereen dacht dat hij voor vertrek al op de kade gedood was. Aan boord is de Sherlock Holmes uit die tijd, Samuel Pipps die om onduidelijke redenen opgesloten zit in een kleine donkere cel in het vooronder. Dit is op bevel van de onsympathieke gouverneur-generaal Jan Haan. De reusachtige Arent Hayes, die al jarenlang de Watson van Pipps is, krijgt opdracht om te achterhalen wie wat waarom gedaan heeft. Hij krijgt daarbij hulp van Sara Wessels, de vrouw van Jan Haan. Vooral in het begin van het verhaal krijg je de indruk dat je het vervolg op een eerder deel leest, verderop wordt iets meer uitgelegd. Een vlot leesbaar verhaal dat tamelijk voorspelbaar is.