Boek
Nederlands

Het lichtschip

Mathijs Deen (auteur)
Novelle over het zeemansbestaan op een lichtschip in de Noordzee.
Onderwerp
Zee, Eetcultuur
Titel
Het lichtschip
Auteur
Mathijs Deen
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Thomas Rap, 2020
124 p.
ISBN
9789400406605 (hardback)

Besprekingen

Een droom van een geitje

Eenzame mannen aan boord van een lichtschip krijgen het gezelschap van een spring-in-'t-veld en dromen van vrijheid.

Een lichtschip vaart niet maar ligt voorgoed voor anker op zee om dienst te doen als baken voor de scheepvaart. Niet alleen het woord 'lichtschip' klinkt poëtisch, ook het idee dat een schip met bemanning, gemaakt om te varen, niet van zijn plek komt, prikkelt de verbeelding.

Mathijs Deen (58), Nederlands radiomaker, historicus en schrijver van onder meer De Wadden (2015) en Over oude wegen (2018), plaatst bemanningsleden van het type ruwe bolster, blanke pit op het lichtschip de Texel: eenzame mannen, kort van stof, die juist in zo'n besloten gemeenschap vol noodzakelijke rituelen en gewoontes gedijen.

Lammert de kok is een kleine, hoekige mankebeen met een voorgeschiedenis. Hij groeide op in Nederlands-Indië, kolonie tot december 1949, en is nu een dertiger. Dat plaatst het verhaal in de jaren 60, maar Deen maakt zijn schip en de bemanning fascinerend tijdloos. Lammert springt iedere vier weken van het lichtschip op de sloep die hem naar de 'Cipier' brengt…Lees verder

Prachtige novelle over een drijvende vuurtoren

Het lichtschip, een drijvende vuurtoren, heeft in Nederland allang afgedaan: sommige liggen ten anker op een schroothoop, een enkele is duur verbouwd tot loungy vergaderaccommodatie, waar het gezag onbekommerd kan palaveren. Maar Mathijs Deen brengt er een tot leven: de Texel, tegenwoordig te bewonderen in de museumhaven van Den Helder. En hier monsteren we aan om niet meer af te zwaaien. Met scheepskok Lammert die een bokje mee aan boord neemt om er een Indische stoofpot van te maken, dat hij kreeg van Beitske. Met eigengereide types die aan de ketting liggen. Het gebeurt in een taal die je onderdompelt in een andere tijd, die ook de onze kon zijn, en een andere plek: een boot die niet vaart, een tegenstrijdigheid in zichzelf, terwijl de andere schepen er rakelings langs gaan. Deen, die eerder een mooie geschiedenis van de Wadden schreef, is vertrouwd met het kale, klassieke scheepsvocabulaire en gebruikt het doeltreffend: 'het gezag', 'groot vervang', maar nergens wordt het roman…Lees verder

De auteur (1962) verwierf bekendheid als radiomaker en als schrijver van succesvolle beschouwende werken over onder meer de Wadden. Ook in deze novelle schetst hij op overtuigende wijze een zeemansbestaan, en wel van de bemanning van lichtschip de Texel. Lichtschepen, actief in de Nederlandse wateren tot in de jaren tachtig, waren verankerde schepen die de zeevaart extra bakens boden op plaatsen waar vuurtorens niet mogelijk waren. Centraal in deze novelle staat Lammert, die als kok op het lichtschip een bokje mee aan boord neemt om te slachten voor een stoofpotje. Voordat Lammert het dier echter kan slachten, vlamt de malaria op die hij overhield aan zijn jeugd in een kamp in Indië. De bemanning is gehecht geraakt aan het bokje, dus niemand wil het slachten van hem overnemen. Als de verwarde matroos Snoek in het bokje de duivel meent te herkennen, wil hij het alsnog doden, maar die poging mondt uit in zijn eigen noodlottig verongelukken. Een literair hoogstandje waarin op overtuigend…Lees verder

De kok, de matroos en het bokje

Sfeervol, geestig zeemansverhaal van historicus Mathijs Deen.

Het leven op zee is in de Nederlandse literatuur vastgelegd door J.M.A. Biesheuvel allereerst, en recenter door Anton Valens in Vis, waaraan Het lichtschip, een novelle van Mathijs Deen, wel wat doet denken. Al dook je met Valens zinnelijker de kou en nattigheid in, tussen de botte vissers.

Deen houdt meer afstand, maar schrijft in een zeker zo mooie, schilderachtige stijl. In Het Lichtschip schetst hij de geschiedenis van Lammert, kok op lichtschip de Texel, die een bokje meeneemt om te slachten voor een stoofpotje halverwege. Het experiment loopt spaak omdat tijdens de reis de malaria weer opspeelt die Lammert overhield aan een kamp in Indië. De ijlende kok kan het slachten niet meer aan en vindt ook geen vervanger. Een jongere matroos, bijgenaamd 'zeuntje', heeft zijn hart aan het bokje verpand. Een ander - Gerrit Snoek, een ongelukkige matroos uit een familie van onderwijzers - meent in het bokje, met zijn zachte knobbeltjes op de kop, de duivel te herkennen.

Lees verder