Boek Nederlands

Zout

Marc Reugebrink (auteur)

Zout

Marc Reugebrink (auteur)
Genre:
Als een buitenstaander hem attendeert op de verontreinigde beek waaruit hij zijn drinkwater betrekt, gaat een baron naarstig op zoek naar schoon drinkwater, wat leidt tot ontwrichting van de lokale gemeenschap.
Titel
Zout
Auteur
Marc Reugebrink
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Em. Querido's Uitgeverij, 2019
149 p.
ISBN
9789021415345 (paperback)

Besprekingen

Alles is verloren, maar alles gaat voort

Roman. In de nieuwste, korte roman van Marc Reugebrink overheersen schrijf- en leesplezier. Zout is een fabel waar je dorst van krijgt.

Een godvergeten gat is het, Lende. Een speldenknop in Twente, nabij de Duitse grens. We zijn ergens in de negentiende eeuw. De dominee preekt 's zondags hel en verdoemenis en de baron zwaait de plak. Niet omdat hij veel verstand heeft van besturen, maar omdat zijn ouders en grootouders dat nu eenmaal ook deden.

Veel buitenwereld dringt er niet door in Lende. De dorpelingen becommentariëren het weer en de seizoenen aan de stamtafel in de enige herberg die het dorp rijk is. Lende is als stilstaand water, je kunt er alleen een verhaal uit puren als een buitenstaander er een steen in gooit. Die taak is weggelegd voor textielmagnaat Julius Vrijmoedt - 'nieuw geld, geen adel' - die de baron en zijn eega er tijdens een desastreuze theevisite fijntjes op wijst dat het beekwater waar het hele dorp van drinkt zwaar vervuild is. Prompt lijdt de barones aan watervrees. Het echtpaar neemt zijn toevlucht tot de uitstekend gesorteerde drankvoorraad van het kasteel. De barones weigert …Lees verder

Vermakelijk verhaal over Zout in Lende

In het Twentse plaatsje Delden staat het enige zoutmuseum van Nederland. Bezoekers krijgen er te horen hoe men eind 19de eeuw op het nabijgelegen landgoed Twickel op zoek ging naar een bron met drinkbaar water. Het enige wat men vond was zout. Deze geschiedenis inspireerde dichter en romanschrijver Marc Reugebrink (1960) tot zijn vermakelijke, historische verhaal Zout.

Reugebrink heeft de plaatsnaam veranderd in Lende (kort voor Ellende?) en het landgoed waar de baron met zijn vrouw resideert, heet nu 't Raesfelt. Zij krijgen bezoek van een ingenieur, die lang naar 'het blauwpaarse vlies op de thee in zijn kopje' staart en zo brutaal is om te beweren dat het water uit de slotgracht, waar ook de beertonnen in worden geleegd, niet echt geschikt is als drinkwater.

De barones begrijpt opeens waarom ze zich zo ziek voelt en weigert nog een drup van het smerige water te drinken. Ze wordt nog zieker en vervalt tot waanzin. De baron zet alles op alles om schoon drinkwater voor zijn geplaagde vrouw te vinden. Hij heeft geen idee waar te beginnen, maar trommelt een paar dorpsbewoners op en laat hen gat na gat boren.

Reugebrink heeft voor de wij-vorm gekozen om de dorpsbewoners een stem te geven, bij voorkeur vanuit hun stamtafel in café De Burggraaf. Zijn ze klaar met klagen (waarom naar water zoeken zo lang er voldoende alcohol is?), …Lees verder

Zout

Eerste zin. Het was André Met De Honden die ons voor het eerst over de vondst van het zout vertelde.

In het fictieve Nederlandse dorpje Lende is op het einde van de negentiende eeuw alles peis en vree. Baron van Rüdersdorf Helmstadt zwaait er onder het goedkeurende oog van zijn eega Agnes Christina de verlichte plak terwijl het gewone volk vanuit De Burggraaf de wereld gadeslaat, zwijgend, instemmend en met een fikse jenever in de hand. Tot een buitenstaander zijn intrede doet en de baron erop wijst dat het water dat hij drinkt uit de Buschbeek komt en dat dat ook de beek is waarin fabrieken hun afvalwater lozen en boeren hun beerton spoelen. Tot hier en niet verder, besluit de baron verschrikt, waarna hij zijn knecht Arend beveelt een put te graven, op zoek naar sprankelend fris water. Wat ze vinden, is echter iets heel anders: brakke, muffe modder. De wat simpele André, immer gevolgd door de honden waarvan hij met klem ontkent dat ze van hem zijn, is ervan overtuigd dat het tijdperk der aardse wrake aangebroken is. Hij weet immers dat alle land op de zee drijft, en d…Lees verder

In ‘Zout’ draait het om water, schoon drinkwater wel te verstaan. In het fictieve dorp Lende (dat in Twente zou kunnen liggen), in een niet nader aangeduide tijd (het zou eind negentiende eeuw kunnen zijn) vraagt een bezoeker van de baron, starend naar het blauwe vlies op zijn thee, waar deze zijn drinkwater vandaan haalt. ‘Uit de beek’, luidt het antwoord, waarna de bezoeker wijst op wat daarin geloosd wordt. De barones wordt acuut onpasselijk en verruilt water voor alcohol, waarna haar echtgenoot vastbesloten is water te vinden. Maar alle kuilen die hij laat graven leveren slechts zoute drab op. De dorpsbewoners, als een soort koor optredend in het boek, zien toe hoe Lende ontwricht raakt en de waanzin vat krijgt op de barones en de baron. De aan zijn obsessie ten onder gaande baron doet denken aan een personage van Thomas Rosenboom, de lethargische dorpsgemeenschap heeft iets van die uit Wieringa’s ‘De heilige Rita’. Maar Reugebrink (1960, geboren in Twente, wonend in Gent) kiest m…Lees verder